Ik ben trots. Heel erg trots. Oudste heeft pas geleden een verhaal ingezonden voor de Zoetermeerse verhalenwedstrijd. Twee weken geleden hoorden we dat ze één van de 12 finalisten was. En vandaag vond de prijsuitreiking plaats. De burgemeester kwam die uitreiken. En geloof maar dat dát indruk maakt…

Noa werd vlak voor de uitreiking terloops geïnterviewd door een journalist van het AD. Even schoot het door haar hoofd dat ze misschien wel gewonnen zou kunnen hebben. Meteen liet ze die gedachte weer varen. Want wie weet hoe goed de andere verhalen waren, en bovendien waren nog drie andere vriendinnen genomineerd. Als één van hen zou winnen, zou ze even blij zijn.

Maar zij werd het. Ze was blij, en trots. Wij ook. Zó trots dat ik graag haar verhaal hieronder met jullie deel… Niet alleen omdat het een prachtverhaal is, maar omdat het symbool staat voor dingen doen waar je plezier aan beleeft. Noa heeft het met plezier geschreven. En dat is wat telt.

De zwarte ridders

De rillingen liepen over de ruggengraat van Hein toen hij het hoge gezang nog een keer hoorde, maar dit keer werd het overstemd door hoefgetrappel. Bang keek hij achterom. Daar kwamen 6 ridders op paarden aan gegaloppeerd. Ze haden mantels om, die zwart in het donker van de schaduwen waren, en wit in het licht van de maan. De ridders kwamen recht naar hem toe gegaloppeerd! ‘Rennen’, was het eerste dat Hein dacht. Dat had hij beter niet kunnen doen. De ridders hadden hem nog niet gezien, maar nu spoorden ze hun paarden aan nog harder te lopen. Het was te laat, de ridders haalden hem al in. Hij schreeuwde, in de hoop dat iemand hem zou horen. Maar hij hoefde niet te hopen dat iemand hem hoorde. Ze zouden hem alleen nog terug zien als zwarte ridder…

100 jaar later, op een oude boerderij in Zoetermeer langs de rand van een bos, vlak bij een strandje dat ze ‘Noord Aa’ noemen, maakte Karel van der Bruggen, een van de nakomelingen van Hein en de grootvader van Joost, zijn sigaar uit. De oude man keek zijn kleinzoon aan, die zijn grootvader op zijn beurt met open mond aanstaarde.’Is het echt zo gegaan, grootvader?’ vroeg Joost ongelovig. Zijn grootvader glimlachte;’Wie weet, Joost. Ik hoorde het van mijn grootvader, en die zei dat zijn grootvader, Hein dus, in het verhaal gepakt werdt door de zwarte ridders.’ En hij pakte een nieuwe sigaar. ‘Volgens de legende zoeken de zwarte ridders slachtoffers die ze dan ook een zwarte ridder maken. Ze willen een heel leger maken, om de zon te verbannen. Zwarte ridders, hebben een hekel (zeg maar gerust haat) aan de zon. Hun mantels lossen op als er ook maar één zonnestraal op komt. Ze hebben van hun leider, die Nero heet, geleerd dat dat veel pijn doet, dus de ridders wagen zich niet in de zon. Ooit had hij een heel groot leger. Tot er die ene man langsliep, waar Nero nog steeds een hekel aan heeft. Het gebeurde laat in de nacht, al bijna ochtend, maar toch wilde Nero hem pakken, en hij ging eropaf. Maar de man was snel, en zijn paard was uitgeput. Hij stuurde heel zijn leger eropaf toen het met 10 ridders ook niet lukte. De achtervolging duurde zo lang dat de zon al op kwam. Nero riep zijn soldaten niet op tijd terug. Alleen hij en één van de ridders konden vluchten. De mantels van de zwarte ridders  verschroeiden toen de eerste stralen van de ochtend zon er op schenen. Ze herinnerden zich opeens weer wat goed was. De mantels hadden al het slechte naar boven gehaald, en het goede weggezogen!’ Grootvader zweeg even voor hij weer verder ging ‘Nero had zich voorgenomen alleen nog maar door het aller donkerste gedeelte het bos te rijden, waar nooit een mens komt. Bij volle maan gaan ze naar de rand, en dan pakken ze het eerste levende wezen dat ze zien, als het maar sterk en dapper is. Er is een gerucht dat ze ooit een beer hebben gepakt. Inmiddels heeft Nero weer 7 zwarte ridders.’

‘Geloof je opa maar niet hoor, Joost. Hij is dol op kinderen bang maken, hé, pa?’ zei de vader van Joost. Grootvader mompelde iets onverstaanbaars. ‘Kom Joost, naar bed’ zei zijn vader.

s’Avonds in bed dacht Joost na. Zou grootvader het verzinnen, alleen om hem bang te maken? Hij dacht aan wat zijn vader zei: dat grootvader dol was op kleine kinderen bang maken. Nee, dacht hij. Het was vast gewoon een fabeltje. Toch had Joost zich voorgenomen nooit meer in het donkerste gedeelte van het bos te spelen.

Midden in de nacht werd Joost wakker. Hij wist niet waarom, maar opeens was hij wakker. Hij ging naar beneden om iets te drinken. In de keuken vulde hij zijn glas met water. Terwijl hij zijn water opdronk keek hij naar buiten, in het donker van de nacht. Zag hij daar nou iets bewegen? Joost keek nog eens goed. Ja, daar bewogen schaduwen! Hij ging naar buiten,het donker tegemoet. Het was koud buiten. Joost rilde, maar dat was niet alleen van de kou. Hij hoorde iets. Joost luisterde nog eens goed. Ja, daar was het weer.het leek op, ja, waar leek het op? Het was een soort hoog gezang. De rillingen liepen over Joost ruggengraat toen hij het geluid nog een keer hoorde, maar dit keer werd het geluid overstemd door hoefgetrappel. Bang keek hij achterom. Daar kwamen 7 ridders op paarden aan gegaloppeerd. Ze haden mantels om, die zwart in het donker van de schaduwen waren, en wit in het licht van de maan. De ridders kwamen recht naar hem toe gegaloppeerd! ‘Rennen’,was het eerste dat Joost dacht. Dat had hij beter niet kunnen doen. De ridders hadden hem nog niet gezien, maar nu spoorde ze hun paarden aan nog harder te lopen. Joost schreewde, maar hij hoefde niet te hopen dat iemand het zou horen.het was te laat. Hij wist, net zo goed als jij en ik, dat er vanaf nu 8 zwarte ridders door de bossen van Zoetermeer, zwerfden, op zoek naar nieuwe slachtoffers…

Noa van den Boogaard (11 jaar)

Trots
Tagged on:     

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *